Communicatie df/sh onderling……

Hoe kan het dat op een dag met alleen doven en slechthorenden de communicatie zo ontspannen toegankelijk is?

Afgelopen zaterdag heerlijk met een team slechthorenden gevolleybald tijdens een toernooi voor doven en slechthorenden. Er zijn heel diverse mensen; jong, oud, spelend, kijkend, kletsend, gebarend, slechthorend met hoortoestellen, met CI’s, of met allebei., ook zijn er enkele teams met alleen goedhorenden.

Het is gezellig druk en bij binnenkomst zie ik meteen een paar oud-teamgenoten van mij van toen ik nog bij het Nederlands Doventeam zat. Een leuke periode, waarin we nog naar Moskou zijn geweest.
Eén van hen is nu gestopt met volleybal, omdat het team onvoldoende rekening houdt met haar. De ander geeft aan dat ook zij dat heel lastig vind en dat het valt of staat met het team, waarin je zit. Het gevoel van erbij-horen is zo belangrijk. Niet alleen tijdens de trainingen en wedstrijden, maar ook daarbuiten. En tuurlijk….. niet alles kan herhaald worden, maar alleen al regelmatig 1 op 1 gesprekjes helpt enorm.
Het was destijds de eis dat je ook in een horend team trainde en speelde om bij de selectie te mogen blijven. Ik heb het o.a. om die reden vrij snel opgegeven. Ik vond het moeilijk omdat ik teveel miste van de communicatie, waardoor ik onzeker werd. Wel erg jammer, want de rest heeft nog een aantal mooie toernooien in het buitenland gespeeld.

We kletsen nog even door en het valt mij op hoe moeiteloos hier de communicatie verloopt. Hoe kan dat toch? We zijn allemaal slechthorend of doof en moeten ons allemaal extra inspannen om verstaanbaar te zijn voor de ander, maar ook nog eens zelf de ander te verstaan. Niet iedereen gebaart even vloeiend (ik hakkel ook weleens!) en niet iedereen spreekt even duidelijk en toch verloopt het vele malen ontspannener.

Wat is dan het verschil?
Ik denk dat het de vanzelfsprekendheid is van onderstaande punten:
We zorgen dat we elkaars gezichten goed zien en kijken elkaar voortdurend aan. Terloops praten, terwijl we bijv. iets uit onze tas pakken, doen we gewoon niet.
We stoppen het gesprek, zodra iets in ons gezichtsveld komt of we tussendoor toch iets moeten pakken. Gebaren/zeggen dan: “wacht-even”, kijken weer op en elkaar aan en zetten dan moeiteloos het gesprek voort.
Aansluitend op bovengenoemd punt is deze manier van communiceren ons vertrouwd. Het voelt niet vervelend of raar om elkaar zo steeds aan te kijken.
Als een ander wat later erbij komt staan of zitten, gaan we als vanzelf zo staan of zitten dat ook die toegang heeft tot alle gezichten en dus communicatie.
Als iemand later aansluit bij een gesprek is het bijna standaard dat we kort aangeven waar we het over hebben, om de ander te helpen aan te sluiten bij het gesprek.
Bijna alles wordt herhaald. Heel grappig eigenlijk. De zin is af en we zeggen de zin of een aantal woorden metéén nog een keer, zodra we maar even denken dat het niet overgekomen is.
Als er een vraag om herhaling komt, wordt meestal alles letterlijk opnieuw herhaald. Zodat diegene de boodschap op dezelfde manier krijgt als degenen die het wel meekregen.
We doen allemaal ons best degene die iets te horen of te zien moet krijgen te “roepen”. We geven niet op. We roepen hard, stampen, we lopen ernaar toe, knipperen met het licht, vragen een ander deze persoon even aan te tikken, we schudden aan het net of zwaaien volop.
Belangrijk is dat niets hier als overdreven voelt. Dit is gewoon de manier van communiceren die ons helpt en die wij allemaal zo gewend zijn.
We gebruiken onze mimiek en lijf volop in de communicatie. Ook als we niet gebarenvaardig zijn.
Ook hierin geldt; niets is hierin te gek.
Het is lekker duidelijk en sprekend.

Ben benieuwd of anderen meer dingen weten te noemen……………
Ik lees het graag!